Herstel- & exitplannen.
DNB verlangt van betaal- en elektronischgeldinstellingen een herstelplan (terugkeren naar een gezonde situatie) en een exitplan (gecontroleerde afwikkeling). Uit DNB’s good practices komen terugkerende tekortkomingen naar voren — vooral in scenario’s, indicatoren en exitmaatregelen.
Stand van zaken · laatst bijgewerkt 7 oktober 2026.
Wat wij voor u doen.
Drie manieren waarop wij u helpen bij herstel- en exitplannen.
Een herstel- en exitplan naar de DNB good practices: scenario’s, indicatoren, maatregelen en de uitvoerbaarheid van een ordelijke exit.
Beoordeling van uw bestaande plan op de punten waarop DNB in de praktijk doorvraagt, met concrete verbeterpunten.
Het plan actueel houden bij nieuwe producten, groei of gewijzigde eisen, inclusief de bespreking met bestuur.
Veelgestelde vragen.
Wat is een herstelplan en wat een exitplan?
Een herstelplan beschrijft maatregelen om na een ernstige verstoring terug te keren naar een gezonde situatie; een exitplan beschrijft de gecontroleerde afwikkeling of beëindiging. Een gezamenlijk plan bevordert de samenhang, mits er strikt onderscheid is in doel en een heldere overgang van herstel naar exit.
Welke scenario’s verwacht DNB?
Zowel een intern gedreven scenario (incident: falende IT, fraude, faillissement van een grote uitbestedingspartner) als een extern gedreven scenario (toenemende concurrentie, dalende vraag). Beschrijf de keten oorzaak → gevolg → raken van de triggerwaarde → activatie van het plan. Een good practice bevat vier scenario’s, zowel kwalitatief als kwantitatief.
Wat gaat er vaak mis bij de indicatoren?
Indicatoren zijn vaak niet gekoppeld aan een early-warning-systeem met onderliggende grenswaarden en niet gekwantificeerd (‘daling van 20%’ — ten opzichte van wat?). Good practice: indicatoren uit meerdere categorieën, met een onderbouwde keuze en triggerwaarde.
Waar gaat het mis bij exitmaatregelen?
Veelvoorkomend: onderschatting van de duur van een wind-down, het terugbetalen van derdengelden en de afhandeling van payment blocks; exitkosten en financiering onvoldoende uitgewerkt; uitgaan van één exitstrategie. Good practice: meerdere exitstrategieën (gecontroleerde afwikkeling, faillissement, verkoop).
Voor wie is een herstel- en exitplan verplicht?
Voor betaal- en elektronischgeldinstellingen onder DNB-toezicht — onder meer als onderdeel van de vergunningaanvraag (toelichting par. 2.3) en het lopende toezicht.
Welke tekortkomingen zag DNB in haar evaluatie van exitplannen?
DNB benoemde in 2026 vijf terugkerende tekortkomingen: verouderde of onvolledige plannen, onrealistische tijdlijnen, gemiste afhankelijkheden van groepsentiteiten en uitbestedingspartners, te smalle scenario’s en onderschatte exitkosten. Zie voor de volledige uitwerking ons artikel “Wat verwacht DNB van herstel- en exitplannen van betaalinstellingen?” hierboven bij de gerelateerde artikelen.
Hoe vaak moet het herstel- en exitplan worden geactualiseerd?
Het plan moet doorlopend actueel zijn: ten minste periodiek herijken en daarnaast direct bij materiële wijzigingen in activiteiten, volumes, groepsstructuur of uitbesteding. DNB verwacht bovendien dat de actuele versie in MijnDNB is geüpload, zodat het plan beschikbaar is op het moment dat het nodig is.
Hoe realistisch moeten de tijdlijnen in een exitplan zijn?
Realistischer dan de meeste instellingen aannemen. Het terugbetalen van veiliggestelde klantgelden duurt in de praktijk lang — denk aan betaalblokkades, inactieve klanten en niet-bereikbare rekeninghouders — en de vergunning kan pas worden ingeleverd wanneer de laatste euro is terugbetaald. Tijdlijnen moeten per scenario zijn onderbouwd, niet als één generiek aantal maanden.
Welke kosten moet een exitplan dekken?
Niet alleen de directe afbouwkosten. Ook de doorlopende operationele kosten tijdens de afwikkelperiode en de minimumkapitaaleisen die tot de formele inlevering van de vergunning blijven gelden, moeten zijn begroot en gedekt met voldoende beschikbare liquiditeit.
Hoe horen groeps- en uitbestedingsafhankelijkheden in het plan te zitten?
Expliciet per scenario. Problemen bij een moedermaatschappij, groepsentiteit of kritieke uitbestedingspartner kunnen de Nederlandse entiteit direct raken — juist dan moet het plan zelfstandig uitvoerbaar zijn, met eigen liquiditeit, eigen mensen en afdwingbare contractuele afspraken over continuïteit en data-toegang.
Gerelateerde artikelen.
Artikelen uit onze kennisbank die op dit onderwerp aansluiten.