Wat verwacht DNB van herstel- en exitplannen van betaalinstellingen?

DNB · Good Practice · Betaalinstellingen & EMI’s

De Nederlandsche Bank heeft de uitkomsten gepubliceerd van haar evaluatie van exitplannen van betaal- en elektronischgeldinstellingen, samen met een geactualiseerde toelichting in Open Boek Toezicht. DNB ziet vijf terugkerende tekortkomingen — en verwacht dat instellingen hun plan daartegen toetsen.

Stand van zaken · laatst bijgewerkt 7 oktober 2026.

Een plan dat actueel is, en uitvoerbaar onder druk.

De rode draad in de DNB-bevindingen laat zich in één zin samenvatten.

DNB verwacht een herstel- en exitplan dat actueel is en geüpload staat in MijnDNB, rekent met realistische tijdlijnen voor het terugbetalen van veiliggestelde klantgelden, de afhankelijkheden van groepsentiteiten en uitbestedingspartners meeneemt, ook onvoorziene scenario’s dekt, en de werkelijke kosten van een exit begroot — tot en met het moment waarop de vergunning formeel wordt ingeleverd.

Vijf terugkerende tekortkomingen.

01
Verouderde of onvolledige plannen

Elke instelling moet haar plan actueel houden én geüpload hebben in MijnDNB, zodat het beschikbaar is op het moment dat het er echt toe doet.

02
Onrealistische tijdlijnen

Het terugbetalen van veiliggestelde klantgelden duurt langer dan de meeste instellingen verwachten — zeker bij betaalblokkades of inactieve klanten. Een vergunning kan pas worden ingeleverd als de laatste euro is terugbetaald.

03
Gemiste afhankelijkheden

Afhankelijkheid van groepsentiteiten en uitbestedingspartners ontbreekt te vaak in exitscenario’s, terwijl problemen bij die partijen de Nederlandse entiteit direct kunnen raken.

04
Te smalle scenario’s

Een onvoorzien faillissement of plotselinge financiële problemen bij een moedermaatschappij worden zelden meegenomen — juist die situaties vragen een plan dat snel en met voldoende liquiditeit uitvoerbaar is.

05
Onderschatte exitkosten

Naast de afbouwkosten moeten ook de doorlopende operationele kosten en de minimumkapitaaleisen worden gedekt, tot het moment waarop de vergunning formeel is ingeleverd.

Toets uw plan tegen de bevindingen.

Naar aanleiding van de evaluatie heeft DNB haar toelichting op herstel- en exitplannen geactualiseerd. Voor compliance officers, riskmanagers en bestuurders van betaalinstellingen is dit hét moment om het eigen exitplan te stress-testen tegen deze vijf bevindingen. Dit artikel is gebaseerd op een publicatie van Compliance-support op LinkedIn.

Vragen over exitplannen en DNB.

Moet het herstel- en exitplan in MijnDNB staan?

Ja. DNB verwacht dat elke betaal- en elektronischgeldinstelling haar plan actueel houdt én geüpload heeft in MijnDNB, zodat het direct beschikbaar is wanneer het nodig is.

Wanneer kan een betaalinstelling haar vergunning inleveren?

Pas wanneer alle veiliggestelde klantgelden volledig zijn terugbetaald — tot de laatste euro. Tot dat moment lopen de operationele kosten en de minimumkapitaaleisen door, en die moeten in het exitplan zijn begroot.

Welke scenario’s moet een exitplan dekken?

Niet alleen een geplande, ordelijke afbouw, maar ook onvoorziene situaties zoals een faillissement of plotselinge financiële problemen bij een moedermaatschappij, en verstoringen bij groepsentiteiten of uitbestedingspartners waarvan de instelling afhankelijk is.

Uw exitplan stress-testen tegen de DNB-bevindingen?

Een gesprek van 30 minuten — vrijblijvend. Doorgaans reageren we binnen één werkdag.