Vergunning PSP/EMI aanvragen.
Wie in Nederland betaaldiensten wil verlenen (betaalinstelling, PSD2) of elektronisch geld wil uitgeven (elektronischgeldinstelling, EMD2) heeft een DNB-vergunning nodig. De aanvraag volgt de elf-hoofdstukken-structuur uit de DNB-Toelichting, met BMfo en Bpr als onderliggende regels. Hieronder de kern: de twee sporen, het kapitaal, de procedure via MijnDNB, de elf hoofdstukken en de raakvlakken met DORA, Wwft, Sanctiewet en de geschiktheidstoets.
Stand van zaken · laatst bijgewerkt 7 oktober 2026.
Wat wij voor u doen.
Drie manieren waarop wij u helpen bij de PSP/EMI-vergunning.
Betaalinstelling, EGI, vrijstelling of agentschap: welke route past bij uw propositie en wat DNB daarbij verwacht.
Het volledige dossier in de elf hoofdstukken van de DNB-toelichting: bedrijfsplan, governance, SIRA, safeguarding, kapitaal en herstel- en exitplan.
Vragenrondes van DNB, bestuurderstoetsingen en de overgang naar doorlopend toezicht.
Veelgestelde vragen.
Hoe vraag ik een vergunning als elektronischgeldinstelling aan in Nederland?
U dient de aanvraag in bij De Nederlandsche Bank. DNB toetst het dossier aan de elf hoofdstukken van de Toelichting: bedrijfsplan, governance, kapitaal, safeguarding, Wwft- en sanctiebeheersing, DORA en de geschiktheidstoetsing van bestuurders. Het initieel kapitaal bedraagt EUR 350.000 voor een elektronischgeldinstelling. Reken in de praktijk op zes tot twaalf maanden vanaf indiening.
Welke twee vergunningsporen zijn er?
Spoor 1 is de betaalinstelling (PSP/PI): een vergunning voor één of meer van de acht betaaldiensten uit bijlage I van PSD2, met grondslag in Wft art. 2:3a, BMfo, Bpr en PSD2. Spoor 2 is de elektronischgeldinstelling (EGI/EMI): een vergunning voor het uitgeven van elektronisch geld, met grondslag in Wft art. 2:10a e.v., BMfo, Bpr en EMD2. Beide vallen onder toezicht van DNB; een EMI kan daarnaast betaaldiensten verlenen.
Hoeveel kapitaal is minimaal nodig?
Voor betaaldiensten hangt het initieel kapitaal af van de dienst: EUR 20.000 (dienst 6, geldtransfer), EUR 50.000 (dienst 7, betalingsinitiatie/PIS) en EUR 125.000 (diensten 1–5). Voor dienst 8 (rekeninginformatie/AIS) geldt geen minimumkapitaal maar wel een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (PII). Voor een elektronischgeldinstelling geldt EUR 350.000. Naast het initieel kapitaal geldt een doorlopende eigenvermogenseis.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure bij DNB?
De aanvraag gaat digitaal via MijnDNB en kent twee fasen. Fase 1 is de volledigheidstoets: DNB controleert of alle bijlagen aanwezig zijn, met één kans tot aanvullen binnen de gestelde termijn (anders buiten behandeling, leges blijven verschuldigd). Fase 2 is de inhoudelijke beoordeling, inclusief de toetsing van (mede)beleidsbepalers; aanvullingen schorten de beslistermijn op. De wettelijke beslistermijn is drie maanden na een volledige aanvraag; in de praktijk duurt een traject zes tot achttien maanden.
Uit welke elf hoofdstukken bestaat de aanvraag?
(1) Algemene gegevens, (2) Business case (bedrijfsplan, stroomschema, recovery-/exitplan), (3) Beheerste bedrijfsvoering, (4) Integere bedrijfsvoering (SIRA, CDD, Sanctiewet, transactiemonitoring), (5) Geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders, (6) Vier-ogenprincipe (twee dagelijks beleidsbepalers), (7) Transparante zeggenschapsstructuur, (8) Gekwalificeerde deelneming (vvgb), (9) Zekerstelling van cliëntgelden (safeguarding), (10) Eigen vermogen en solvabiliteit, en (11) Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (alleen diensten 7/8).
Wat houdt safeguarding van cliëntgelden in?
Betaal- en e-geldinstellingen moeten ontvangen cliëntgelden zeker stellen, zodat die bij faillissement buiten de boedel blijven. De grondslag staat in Wft art. 3:29a–c, Bpr 26e/26j, PSD2 art. 10 en EMD2 art. 7. In de praktijk gebeurt dit via een afgescheiden derdengeldrekening of een gelijkwaardige garantie/verzekering. Voor PSP’s staat dit los van eventuele MiFID-cliëntactiva (bij dual-track-aanvragen).
Hoe werkt DORA door in de vergunningaanvraag?
DORA (Verordening (EU) 2022/2554) is sinds 17 januari 2025 het primaire kader voor ICT-risicomanagement en werkt door in hoofdstuk 3 (beheerste bedrijfsvoering). DORA vervangt feitelijk de eerdere EBA-richtsnoeren voor ICT en uitbesteding voor de financiële sector. Aanvragen die nog uit het oudere EBA-vocabulaire zijn geschreven, moeten worden geactualiseerd naar de DORA-eisen (ICT-risicobeheerkader, incidentmelding, derde-partijregister).
Geldt er een lichter regime voor kleine partijen?
Voor betaalinstellingen is er geen licht vergunningregime onder een drempel: alle vergunningplichtige PSP’s doorlopen dezelfde Toelichting. Wat verschilt is de mate van detaillering die DNB proportioneel acceptabel vindt. Voor zeer kleine partijen kan de Vrijstellingsregeling Wft uitkomst bieden (registratie in plaats van vergunning, beperkte governance-eisen). Voor e-geld bestaat wél een lichter alternatief: het regime voor kleine elektronischgeldinstellingen via vrijstelling.
Wat verandert er met PSD3 en de PSR voor vergunningen?
PSD3 (richtlijn) en PSR (verordening) gaan PSD2 vervangen. De PSP-vergunningverlening komt materieel onder de PSR en het EMI-regime gaat op in een breder PSP/EMI-kader. De toepassingsdatum is nog niet definitief vastgesteld. Voor lopende aanvragen blijft het huidige PSD2-kader gelden tot de toepassingsdatum; bij nieuwe aanvragen houden we rekening met de overgang. Zie ook ons kennisdomein PSD3 & PSR.
Hoe lang duurt een vergunningtraject bij DNB in de praktijk?
De wettelijke beslistermijn is drie maanden na een complete aanvraag, maar die klok stopt telkens wanneer DNB aanvullende vragen stelt. Reken in de praktijk op zes tot twaalf maanden vanaf indiening, sterk afhankelijk van de kwaliteit en consistentie van het dossier — plus de voorbereidingstijd daarvóór. Een dossier dat in één keer compleet en consistent is, verdient zichzelf terug in doorlooptijd.
Moet ik nu nog een PSD2-vergunning aanvragen of wachten op PSD3?
Niet wachten. Een nu verkregen PSD2-vergunning blijft na inwerkingtreding van PSD3 maximaal 27 maanden geldig via grandfathering, mits tijdig heraangevraagd — en wachten kost markttoegang. Wel verstandig: richt het dossier nu al zo veel mogelijk in langs de PSD3-lijnen (waaronder de samengevoegde PI/EMI-categorie), zodat de heraanvraag straks een actualisatie is in plaats van een herbouw.