Prudentiële rapportage (Finrep/Corep).
Betaalinstellingen (BI) en elektronischgeldinstellingen (EGI) leveren periodiek prudentiële rapportages aan DNB — financiële posities (FINREP-achtig) en eigenvermogen/solvabiliteit (COREP-achtig). De grondslag ligt in PSD2/EMD2 en de Wft (o.a. art. 3:53 en 3:57) en het Bpr. Let op: dit nationale DNB-regime voor BI/EGI is iets anders dan het volledige EBA CRR-bankenkader, dat alleen geldt als een entiteit een CRR-kredietinstelling is. Hieronder de kern: wie rapporteert wat, via welke kanalen en met welke aandachtspunten.
Stand van zaken · laatst bijgewerkt 7 oktober 2026.
Wat wij voor u doen.
Drie manieren waarop wij u helpen bij FINREP en COREP.
Welke FINREP-, COREP- en DNB-rapportages voor uw instelling gelden, op welke momenten, en hoe u de aanlevering via het DNB-portaal inricht.
Ondersteuning bij het vullen van de templates en de aansluiting op de administratie en het eigen vermogen.
Herstel van eerdere rapportages en beantwoording van vragen van DNB over uw cijfers.
Veelgestelde vragen.
Wat zijn FINREP en COREP voor betaal- en e-geldinstellingen?
FINREP (financial reporting) ziet op de financiële positie — balans, resultaat en gerelateerde gegevens; COREP (common reporting) ziet op eigen vermogen, toetsingsvermogen en solvabiliteit. Voor BI’s en EGI’s gaat het om het nationale DNB-rapportageregime met grondslag in PSD2/EMD2 en de Wft, niet om het volledige EBA CRR-bankenkader (Uitvoeringsverordening (EU) 2024/3117, die ITS 2021/451 sinds 2025 vervangt). Dat laatste geldt alleen als een entiteit een CRR-kredietinstelling is.
Wie moet rapporteren en hoe vaak?
Vergunninghoudende betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen rapporteren periodiek aan DNB. De handleiding prudentiële rapportages EGI & BI en de DNB-rapportagekalender bepalen het toepasselijke profiel en de aanleverdeadlines — doorgaans met peildata gekoppeld aan twee perioden (t/m 30 juni en t/m 31 december). Het exacte profiel (con/ind, GAAP/IFRS) en de frequentie hangen af van de instelling.
Hoeveel eigen vermogen moet worden aangehouden?
Naast het initieel kapitaal (EUR 20k–125k voor betaaldiensten afhankelijk van de dienst; EUR 350k voor e-geld) geldt een doorlopende eigenvermogenseis. Het toetsingsvermogen wordt berekend volgens een van de methoden A, B of C (Bpr / art. 3:53–3:57 Wft); voor e-geld geldt aanvullend een eis op basis van de gemiddelde uitstaande elektronisch geld. De gekozen methode is bedrijfsmodel-afhankelijk en moet worden onderbouwd.
Via welke kanalen en templates wordt aangeleverd?
Aanlevering verloopt via het DNB Digitaal Loket Rapportages (DLR), met de FBO-templates (PSP con/ind × GAAP/IFRS) in de actuele versie. DNB publiceert hierbij een DLR-handleiding, een handleiding prudentiële rapportages en een stroomschema voor het toepasselijke rapportageprofiel. Werk altijd met de meest recente versie van handleiding en templates.
Wat zijn veelvoorkomende datakwaliteit-aandachtspunten?
DNB publiceert periodiek aandachtspunten datakwaliteit. Terugkerende thema’s zijn consistentie tussen templates, juiste toerekening van posten en correcte behandeling van derdengelden. DNB heeft bijvoorbeeld verduidelijkt (Q3 2025) hoe derdengelden meetellen onder de bruto provisie-inkomsten en hoe consolidatie van derdengelden uitwerkt. Sluit interne cijfers aan op de jaarrekening en documenteer keuzes.
Wat verandert er met PSD3/PSR?
PSD3 (richtlijn) en PSR (verordening) gaan PSD2 vervangen en raken naar verwachting ook de eigenvermogens- en rapportage-eisen voor BI’s en EGI’s. De toepassingsdatum is nog niet definitief. Volg de ontwikkelingen via ons kennisdomein PSD3 & PSR; het huidige kader blijft van toepassing tot de toepassingsdatum.
Wanneer geldt het volledige EBA-bankenkader (CRR)?
Alleen wanneer een entiteit een CRR-kredietinstelling is. Dan geldt het EBA-bankenkader: CRR/CRR3 (Verordening 575/2013 + 2024/1623, art. 430), de ITS toezichtrapportage (Uitvoeringsverordening (EU) 2021/451, bijlagen COREP/FINREP), de ECB-verordening (EU) 2015/534 en de actuele EBA Reporting Framework-release. Voor zuivere BI’s en EGI’s is dit niet rechtstreeks van toepassing.
Hoe verhoudt de DORA-rapportage zich tot FINREP/COREP?
Het zijn gescheiden sporen met dezelfde discipline. Naast de prudentiële rapportages leveren instellingen onder DORA jaarlijks het informatieregister van ICT-contracten aan en melden zij majeure ICT-incidenten via een eigen spoor. De datakwaliteitseisen (identifiers, consistentie, tijdigheid) zijn vergelijkbaar — wie het rapportageproces voor FINREP/COREP strak heeft staan, kan DORA-rapportage daarop meeliften.
Wat gebeurt er bij te late of onjuiste aanlevering?
De validatieregels zijn hard: één veld in het verkeerde formaat kan de hele aanlevering doen afkeuren, waarna het bestand opnieuw moet. Bij structureel te late of onjuiste rapportage volgt navraag van DNB, een hersteltermijn en zo nodig een formele maatregel — en minstens zo belangrijk: het schaadt de toezichtrelatie. Valideer daarom vóór verzending tegen de actuele taxonomie.
Hoe zet je een rapportageproces neer dat elke deadline haalt?
Vier elementen: een rapportagekalender met interne deadlines ruim vóór de wettelijke, duidelijk data-eigenaarschap per template, een vier-ogencontrole op de cijferaansluiting met de administratie, en een technische validatie (XBRL/taxonomie) vóór aanlevering. Leg het proces vast in een procedure zodat het niet van één persoon afhangt.