Geschiktheids- en betrouwbaarheidstoetsing.
Bestuurders, commissarissen en andere (mede)beleidsbepalers van financiële ondernemingen worden door DNB en/of de AFM getoetst op twee zelfstandige eisen: geschiktheid en betrouwbaarheid. De grondslag staat in de Wft (art. 3:8/3:9 prudentieel, 4:9/4:10 gedrag), uitgewerkt in de gezamenlijke Beleidsregel geschiktheid 2012. Hieronder de kern: de twee toetsen, de groepsindeling A/B/C, het proces en de afbakening.
Stand van zaken · laatst bijgewerkt 7 oktober 2026.
Wat wij voor u doen.
Drie manieren waarop wij u helpen bij bestuurderstoetsingen.
Het dossier voor de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoetsing bij DNB of de AFM: functieprofiel, cv, verklaringen en onderbouwing.
Voorbereiding op het toetsingsgesprek: de vragen die de toezichthouder stelt en hoe u uw kennis en ervaring aantoont.
De samenstelling van bestuur en raad van commissarissen toetsen aan de eisen en de hiaten tijdig invullen.
Veelgestelde vragen.
Welke twee eisen worden getoetst?
Geschiktheid en betrouwbaarheid zijn twee zelfstandige eisen. Geschiktheid (Wft art. 3:8 prudentieel/DNB en art. 4:9 gedrag/AFM) ziet op kennis, vaardigheden en professioneel gedrag en geldt voor zowel het dagelijks bestuur als het toezichthoudend orgaan. Betrouwbaarheid (Wft art. 3:9 en 4:10) moet “buiten twijfel” staan en wordt beoordeeld aan de hand van antecedenten. Of DNB of de AFM (mede)toetst, hangt af van het type onderneming; in de praktijk toetsen zij vaak gezamenlijk.
Wat regelt de Beleidsregel geschiktheid 2012?
De gezamenlijke Beleidsregel geschiktheid 2012 (AFM/DNB, opvolger van de Beleidsregel deskundigheid 2011) werkt de geschiktheidseis uit. Geschiktheid blijkt uit opleiding, werkervaring en competenties. De beleidsregel kent een groepsindeling A/B/C waarmee de zwaarte van de toets meeschaalt, en een competentiebijlage (a–r) die bij de onderbouwing wordt gebruikt. Naast individuele geschiktheid telt de collectieve geschiktheid van het bestuur of de RvC.
Wat betekent de groepsindeling A/B/C?
De groepsindeling bepaalt hoe zwaar de geschiktheidstoets is. Groep A omvat de zwaarste categorie (onder meer aanbieders van beleggingsobjecten/-diensten), groep B onder meer aanbieders van krediet en beheerders van beleggingsinstellingen, en groep C onder meer adviseurs en bemiddelaars. Hoe hoger de groep, hoe uitgebreider de eisen aan kennis, ervaring en de onderbouwing daarvan.
Hoe verloopt het toetsingsproces?
Er is een aanvangstoetsing vóór aantreden en een hertoetsing bij een nieuwe functie of bij nieuwe feiten of signalen. In te dienen stukken zijn onder meer een aanvraag-/aanmeldformulier, een cv (DNB-standaardformat), een geschiktheidsonderbouwing en een antecedenten-/betrouwbaarheidsopgave. De beslistermijn kent opschorting bij aanvullende vragen. Een toetsingsgesprek kan onderdeel zijn van de geschiktheidstoets; goede voorbereiding is vaak doorslaggevend.
Wat valt wel en niet onder deze toetsing?
Dit domein gaat over personentoetsing — de geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen — niet over de ondernemingsvergunning als geheel; die hoort bij het betreffende sectordomein (bijvoorbeeld Vergunning PSP/EMI). Bredere governance en beheerste bedrijfsuitoefening (Wft art. 3:17 e.v.) raken hieraan, maar vallen onder de organisatorische eisen van het sectordomein. Klimaatrisico’s zijn inmiddels onderdeel van de personentoetsing.
Speelt Europese regelgeving een rol?
Ja, met name voor banken. Voor kredietinstellingen geldt artikel 91 CRD en de gezamenlijke ESMA/EBA-richtsnoeren voor de beoordeling van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan. Voor andere sectoren blijft de nationale Beleidsregel geschiktheid 2012 leidend. Houd rekening met periodieke herzieningen van de geschiktheids- en betrouwbaarheidsregels.
Moet een bestuurder al getoetst zijn vóór benoeming?
Ja. Benoeming of feitelijke aanvang van de functie mag pas nadat de toezichthouder positief heeft geoordeeld over geschiktheid en betrouwbaarheid. Plan een toetsing dus tijdig in bij bestuurswisselingen — een traject van enkele weken tot maanden is normaal, en een te vroege start van de functie is een overtreding die de relatie met de toezichthouder belast.
Geldt de toetsing ook voor commissarissen en medebeleidsbepalers?
Ja. Naast dagelijks beleidsbepalers worden ook leden van de raad van commissarissen en medebeleidsbepalers (personen die feitelijk het beleid mede bepalen, zoals bepaalde aandeelhouders of groepsfunctionarissen) getoetst. De diepgang verschilt per rol; de betrouwbaarheidstoets is voor iedereen gelijk.
Hoe bereid je je voor op het toetsingsgesprek?
Ken het dossier van de eigen instelling door en door: businessmodel, cijfers, risico’s, SIRA, herstel- en exitplan en de openstaande toezichtpunten. Wees voorbereid op casuïstiek over de eigen portefeuille en verantwoordelijkheden, en op vragen over tijdsbesteding en onafhankelijkheid. Een proefgesprek met kritische tegenspraak is de beste voorbereiding.
Wat gebeurt er bij een (dreigend) negatief oordeel?
De toezichthouder deelt eerst een voornemen; daarop kan een zienswijze worden gegeven, en in de praktijk wordt de aanvraag regelmatig ingetrokken vóór een formeel besluit. Tegen een negatief besluit staan bezwaar en beroep open. Een negatieve uitkomst heeft bredere gevolgen — die weegt mee bij toekomstige toetsingen — dus voorkomen via een goede voorbereiding is verreweg de beste route.